VOORGELEZEN TEKST VAN EEN BEZOEKER VAN DE OPENBARE KLANTENMIDDAG VAN DE CLIËNTENRAAD WERK EN INKOMEN OP DINSDAG 14/2/2006
PEL stuurt vragenbrief aan College van B&W over overschrijdingen termijnen aanvraag bijstand.
Update 20/2/2006.
Uitgebreide reactie Sociale Zaken op vragen PEL.
Update 21/4/2006.


INGEZONDEN:
Voorgelezen tekst van een bezoeker van de openbare klantenmiddag van de Cliëntenraad Werk en Inkomen.

Op 14/2/2006 hield de Cliëntenraad Werk en Inkomen onder het motto "De klant aan het woord" een openbare middag waarin de klanten hun verhalen en ervaringen konden vertellen.
Er kwamen met name klachten naar voren over de veel te lange wachttijd na het aanvragen van een bijstandsuitkering, de slecht werkende reïntegratiebedrijven en de ergernis over de Langdurigheidstoeslag en de regel daarbij dat men de afgelopen vijf jaar geen enkele dag gewerkt mag hebben om voor die toeslag in aanmerking te komen. Verder waren er nog enige klachten over kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en vragen over bijstand en eigen woning en een vraag over het afwijzen van een bijstandsuitkering.

We hebben diverse mensen een flyertje gegeven met het telefoonnummer van ons klachtenspreekuur waarop men voor individuele klachten een afspraak kan maken.
Een bezoeker kaartte het probleem aan dat in diverse gevallen Sociale Zaken alle wettelijke termijnen overschrijdt voordat ze beslist op een aanvraag voor bijstand. Uit een peiling in de zaal bleek dat ongeveer 10 mensen van de naar schatting 70 tot 80 aanwezigen hetzelfde probleem hadden of hadden gehad.
De beslistermijn is volgens de Algemene Wet Bestuursrecht 8 weken, uitzonderingen daargelaten. De beslistermijn kan worden opgeschort op het moment dat Sociale Zaken om nadere stukken moet vragen bij de aanvrager en begint weer te lopen zodra de gevraagde stukken ontvangen zijn. Op de middag kwam naar voren dat mensen 36 weken tot 11 maanden hadden moeten wachten op een beslissing op hun bijstandsaanvraag...

Hieronder de voorgelezen tekst door een van deze mensen:

ONDER HET MOM VAN: "EEN UITKERING AANVRAGEN BRENGT KOSTEN MET ZICH MEE".

WAAR GAAT HET NU OM!

De aanvraag voor een sociale uitkering heeft een te lange behandelingstermijn nodig.
Volgens de wettelijke termijn zou dit 8 weken moeten zijn! In de praktijk blijkt dit nagenoeg 20 tot soms 36 weken te zijn.

[En afgaande op een reaktie uit de zaal soms 11 maanden... Intussen leeft men van voorschotten van de soos van 200 euro per maand... Dat dit op de kop verkeerd komt, moge duidelijk zijn.]

HET GEVOLG!

Een voorschot van EUR 200 per maand is niet genoeg om over deze periode je maandelijkse lasten te kunnen betalen.

1e Afsluiting van gas en elektriciteit!
Kosten heraansluiting EUR 360,-

[Ondanks alle mooie praatjes van de energiebedrijven onlangs toen er Kamervragen zijn gesteld, moeten die heraansluitkosten nog steeds in 1 keer betaald worden... Betrokkene vertelde later nog dat er wel een regeling ergens bij het energiebedrijf (vermoedelijk Essent) op papier moest staan, maar dat men daar uiterst afwerend over was. Omdat men, als men dan eindelijk de bijstandsuitkering krijgt, uiteraard geen cent meer heeft, omdat men de uitkering met terugwerkende kracht minus die 200 euro maal zoveel maanden moet gebruiken om alle debetgaten te dempen en schulden af te betalen, lukt het niet om ook nog eens ineens die heraansluitingskosten te betalen. Resultaat: Men blijft afgesloten van gas en licht.... Zie ook: 'Vragenbrief PEL over afsluiten van gas, water en licht' en 'Duizenden mensen leven zonder gas en licht']

2e Afsluiting van telefoon!
Mobieltje aanschaffen EUR 45,-

[Ook heraansluiting van de vaste telefoon kost geld. KPN vermeldt in haar telefoonboek niet hoeveel.]

3e Aanmaningskosten EUR 334,- (eigen praktijk)

4e Buiten huis eten (4 x per week) 8 euro p/mnd.

[Dit lijkt me niet te kloppen: Hij noemde 8 euro per keer, wat me waarschijnlijker lijkt.]

Totaal: over 36 weken met een vermogen van EUR 200 p/mnd is dit een overschot van EUR 248! Dit is per week: Minder dan EUR 7,-

[36 weken lang is 8 maandvoorschotten van 200 euro is 1600 euro.
36 weken lang eten is 4 maal 8 euro maal 36 is 1152 euro. Resteert 448 euro is per week 12,44 euro voor ALLES: Huur of hypotheek, energie, water en wat boodschappen zoals brood ed. Zijn berekeningen hier kan ik niet volgen, maar duidelijk blijft, dat niemand van 200 euro per maand kan leven. Overigens zou je in zo'n situatie ook 2 maal per week voor 2,50 euro per keer terecht kunnen bij Van Harte, het minima-restaurant wat bij Palet in Het Nieuwe Hoek inzit en o.a. wordt gerund door Ina Veenstra, v.m. raadslid voor de SP.
Als ik in die situatie had gezeten, had ik van het laatste restje spaargeld (wat uiterst belangrijk is om te kweken zolang je nog werk hebt!) een camping gasstel gekocht en een flink aantal gastankjes in voorraad. Thuis eten koken is goedkoper dan voor 8 euro per keer ergens gaan eten.
Eventueel koken op een petroleumstel kan ook, maar dat is trager en geeft stank. En ook een petroleumstel zal eerst gekocht moeten worden bij b.v. Auke Rauwerda.
Soms willen winkels in scheepsbenodigdheden ook wel interessante dingen hebben voor verlichting en koken. In de Wijbrand de Geeststraat te Leeuwarden zit zo'n winkel.]

Je moet dus over 36 weken met EUR 7,- per week (en dit over 36 weken) je betalingen regelen. Dit is voor niemand te doen!

Ingeschreven bij BKR!

[Hij bedoelt hiermee dat hypotheekachterstanden bij het BKR worden opgegeven door zijn hypotheekbank.]

Geen tweede hypotheek!

[Een tweede hypotheek is in zo'n situatie maar wel met een eigen woning met al de nodige overwaarde door de fors gestegen marktprijzen, bruikbaar om te gebruiken voor het aflossen van alle schulden in een keer. Dus als een soort saneringskrediet. Als je dit geld niet besteedt aan je woning heb je weliswaar geen belastingaftrekpost, maar je bent wel op een nette manier van je schulden links en rechts af.]

Aanvraag schuldsanering GKB!

[Of dat nu wijsheid is? Wellicht kun je zo een deel van je schulden lozen, omdat na een akkoord alle schuldeisers slechts een bepaald percentage van hun vordering terugzien, maar je krijgt zo weinig leefgeld, dat je weer niet rond kunt komen...
En: Je hebt nog steeds geen verwarming en elektra, zoals uit het verhaal "Duizenden mensen leven zonder gas en licht" viel op te maken. Dat verhaal wijst er op dat de energiebedrijven niet willen meewerken aan een schuldsaneringsregeling.]


Einde tekst verhaal bezoeker. Commentaar tussen [].

Maar in feite doen al diegenen die zo lang zitten wachten op een beslissing van Sociale Zaken en leven van marginale voorschotten het m.i. niet goed: Hoe langer je afwacht, des te meer je wegzakt in de shit..

WAT KAN MEN DOEN ALS NA 8 WEKEN NOG GEEN BESLISSING IS GENOMEN?

1. Een bezwaarschrift indienen tegen het uitblijven van een beslissing. Dit is een bezwaarschrift tegen de fictieve weigering om een beschikking (beslissing) te geven.

2. Tegelijkertijd de rechter vragen om een voorlopige voorziening te treffen.

In sommige gevallen geeft de soos helemaal of slechts 1 maal een voorschot en weigert verdere voorschotten te geven.

Als men geen reserves heeft zit men binnen een maand met de eerste problemen qua nota's ed. Wat dan? Men zou dan aan het Kabinet van de Commissaris van de Koningin een brief kunnen schrijven dat alles op is en men niet eens meer te eten heeft. Soms wil dat nog wel eens helpen om wat druk op de soos uit te oefenen.
Helpt dat ook niet of hoort men van de provincie ook niets meer, dan blijft alleen een kort geding over met als inzet: Acuut probleem: Geen geld meer voor boodschappen; er MOET nu enig geld komen!

Tip inzake het lenen van geld van familie, vrienden en kennissen:
Dit gebeurt vaak in die omstandigheden. Leg dit vast op papier, dat het een LENING is. Want anders kan de soos zeggen: U had blijkbaar in die periode toch wat inkomsten en nu u uw uitkering krijgt met terugwerkende kracht, gaan wij daarop die inkomsten in mindering brengen...
Staat er echter op papier dat het ging om geleend geld, dan kunt u aantonen dat dit geen eigen inkomsten waren.

secretaris PEL


UPDATE 20/2/2006

Naar aanleiding van de pakweg 11 klachten over het veel te lang moeten wachten op een bijstandsuitkering, klachten die naar voren kwamen op de openbare klantenmiddag van de Cliëntenraad Werk en Inkomen op 14/2/2006, heeft het PEL de volgende brief verzonden aan het College van B&W:


VERENIGING PLATFORM EEN- EN TWEEPERSOONSHUISHOUDENS LEEUWARDEN
POSTBUS 2602 8901 AC LEEUWARDEN
Telefoon: 058-2673636 E-mail: root@pel.xs4all.nl
Website: http://verenigingpel.nl


Aan: het College van Burgemeester en Wethouders

Betreft: overschrijden beslistermijn door B&W

Leeuwarden, 20/2/2005

Geacht college,

Tijdens een informatiedag van de cliëntenraad Sociale Zaken beklaagden veel cliënten zich over de overschrijding van de beslistermijn op het aanvragen van een bijstandsuitkering door het college. De wet bepaalt dat het college een aanvraag afhandelt binnen een redelijke termijn, die in elk geval de 8 weken niet overschrijdt. Uit de klachten blijkt dat deze termijn regelmatig overschreden wordt. In dit verband hebben wij de volgende vragen voor het college:

- Kan het college bij benadering aangeven hoe vaak de beslis- termijn op de aanvraag voor een uitkering overschreden wordt?
- Wat zijn de voornaamste redenen voor genoemde overschrijding?
- Wat is het beleid van het college t.a.v. het verstrekken van voorschotten? Enige cliënten beklaagden zich dat ze welgeteld één keer een voorschot konden ontvangen van zegge en schrijve 200 euro. Is het juist dat verdere voorschotten niet verstrekt worden, ook niet wanneer duidelijk is dat de uitkering toegekend zal worden?

Met vriendelijke groet,

Namens het bestuur van de Vereniging PEL

Pyt van der Galiën

Cc: cliëntenraad Sociale Zaken
Leden Raadsadviescommissie Welzijn


Einde tekst brief PEL aan B&W.

UPDATE 21/4/2006

Op 21/4/2006 ontvingen we een reactie op onze brief van het College van B. en W. inclusief een bijlage. De brief zou op 4 april 2006 zijn verzonden, maar dat lijkt ons sterk...
Awb in de brief staat voor: Algemene wet bestuursrecht en WWB voor: Wet Werk en Bijstand. Hieronder volgt de gehele tekst:


Oldehoofsterkerkhof 2
Postbus 21000
8900 JA Leeuwarden
Telefoon 058 2338833

Welzijn Gemeente Leeuwarden.

Vereniging PEL
t.a.v. dhr. P. van der Galiën
Postbus 2606
8901 AC Leeuwarden

Onderwerp Beslistermijnen & voorschotten
Uw kenmerk uw brief van 20-02-2006
Ons kenmerk 4036
Sector Sociale Zaken
Team
Doorkiesnummer [Weggelaten]
Bijlagen 1
Datum 27 maart 2006, verzonden: 4 APR 2006

Geachte heer van der Galiën.

In uw brief van 20 februari jl. meldt u dat veel klanten van de sector Sociale Zaken klagen over de overschrijding van de beslistermijn op het aanvragen van een bijstandsuitkering. In dat verband stelde u de volgende vragen:

1.Kan het college bij benadering aangeven hoe vaak de beslistermijn op de aanvraag voor een uitkering overschreden wordt;
2.Wat zijn de voornaamste redenen voor genoemde overschrijding;
3.Wat is het beleid van het college t.a.v. het verstrekken van voorschotten.

Hieronder volgen de antwoorden op uw vragen.

Beslistermijn.

Het college is verplicht binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag vast te stellen of er recht op bijstand bestaat (artikel 4:13 lid 1 Awb) . Deze redelijke termijn, de beslistermijn, is in ieder geval niet langer dan acht weken (artikel 4:13 lid 2 Awb) .
De beslistermijn begint te lopen op het moment waarop het CWI of het college de aanvraag ontvangt, in de vorm van een door de klant ondertekend aanvraagformulier.

[Dan moet het CWI het niet vertikken om zo'n formulier te geven. Dat is probleem nummer een. Probleem nummer 2 is dat de aanvraag als dan het formulier ingevuld is ingeleverd, deze eerst bij het CWI blijft liggen. Zie: 'Vragenbrief PEL aan College van B. en W. over uitbetaling bijstandsuitkering aan schoolverlaters plus de reactie'.]

Overschrijdingen van de beslistermijn.

De beslistermijn wordt opgeschort indien het college met toepassing van artikel 4:5 lid 1 Awb de klant verzoekt zijn aanvraag aan te vullen. Van de opschorting van de termijn doet het college (bij voorkeur schriftelijk) mededeling aan de klant, onder vermelding van het tijdstip waarop de termijn voor het nemen van een besluit zal verstrijken (artikel 4:5 lid 1 en 4:15 Awb) . De opschorting gaat in op de dag waarin het college het betreffende verzoek doet en eindigt op de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.

Indien het college niet in staat is om tijdig een besluit te nemen kan het de beslistermijn één maal verlengen. De termijn van de verlenging moet redelijk zijn (artikel 4:14 Awb) . Van een verlenging doet het college, bij voorkeur schriftelijk, mededeling aan de klant, onder vermelding van de termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Verdere verlenging is alleen mogelijk indien de klant hier mee instemt. Hiervan zal bijvoorbeeld gebruik gemaakt kunnen worden wanneer de maximale termijn voor opschorting in het kader van het aanvullen van gegevens (8 weken) te kort is. Indien de klant het verdere uitstel onredelijk acht kan hij zich op het standpunt stellen dat niet tijdig is beslist, vervolgens bezwaar maken tegen het uitblijven van een beslissing en desgewenst de rechter verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen.

Overschrijdingen van de beslistermijn vanwege opschorting of verlenging komen voor in de dagelijkse praktijk van de sector Sociale Zaken. Het is echter lastig, ook bij benadering, om aan te geven hoe vaak de beslistermijn wordt overschreden. De sector Sociale Zaken is echter voornemens om de uitkeringsregistratie op dit punt aan te passen, door middel van het registeren van de datum waarop een besluit is genomen op de uitkeringsaanvraag. Indien deze datum vervolgens wordt afgezet tegen de datum waarop de bijstandaanvraag is ingeboekt, is het mogelijk om op dit punt uitspraken te doen.

[Het is mooi dat er dan uitspraken kunnen worden gedaan, maar in de eerste plaats gaat het ons niet zozeer om het registreren, als wel om het verbeteren van de situatie dat mensen veel te lang moeten wachten. Een dergelijke registratie zou tevens moeten bevatten: De datum van ontvangst en de datum van het in behandeling nemen van de aanvraag. Dit gekoppeld aan een deadline of deadlines conform de regelgeving van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ook in het registratiesysteem zou dan meteen overzicht kunnen geven welke deadlines dichtbij komen. Ofwel: Welke aanvragen eerst afgehandeld moeten worden.]

Beleid t.a.v. voorschotten.

In de bijlage bij deze brief vindt u een uiteenzetting van het wettelijk kader en onze gemeentelijke invulling t.a.v. de verstrekking van voorschotten.

Ik hoop dat ik hiermee uw vragen heb beantwoord.

Hoogachtend,

burgemeester en wethouders van Leeuwarden,
namens dezen,

W.J.A. van Rijnsoever,
Wnd. sectormanager Sociale Zaken.

C.c. Raadsadviescommissie Welzijn
Cliëntenraad Sociale Zaken


Bijlage bij brief aan Vereniging PEL d.d. 27 maart 2006; onderwerp:
beslistermijnen & voorschotten

Voorschotten bij aanvraag

Achtereenvolgens komen aan de orde:

1. Bevoegdheid artikel 52 WWB

2. Wanneer gebruik maken van de bevoegdheid

3. Hoogte en duur voorschot

4. Rechtsmiddel belanghebbende

5. Verrekening of terugvordering voorschot

6. Fiscale aspecten

1. Bevoegdheid artikel 52 WWB

Het college is bevoegd om, indien de noodzaak daartoe aannemelijk is, zonder voorafgaand onderzoek, bij wijze van voorschot bijstand te verlenen in de vorm van een renteloze geldlening (artikel 52 lid 1 en 2 WWB). De mogelijkheid tot het verstrekken van voorschotten is beperkt tot de periode waarin nog geen besluit inzake de bijstand is bekendgemaakt (zie ook onderdeel 3) . Hieruit kan ondermeer het volgende worden afgeleid:

1. Het verstrekken van voorschotten op grond van artikel 52 WWB is beperkt tot degenen die een aanvraag om bijstand hebben ingediend en in afwachting zijn van een beslissing op die aanvraag.
Aan personen met een lopende bijstandsuitkering kan op grond van deze regeling dus geen voorschot worden verstrekt op die uitkering. Zie onderdeel 3 voor informatie over het verstrekken van voorschotten tijdens de bijstand.

2. Een voorschot is zowel bij aanvragen voor algemene als bijzondere bijstand mogelijk. Aan personen met een lopende uitkering algemene bijstand kan dus wel een voorschot worden verstrekt op bijzondere bijstand indien daartoe een (aparte) aanvraag is ingediend en het college nog geen beslissing op die aanvraag bekend heeft gemaakt.

[Dit is een interessant punt, wat weinig bekend zal zijn. Het is nuttig dit te weten met name als het om aanzienlijke kosten gaat waarvoor bijzondere bijstand is aangevraagd of als iets waarvoor bijzondere bijstand is aangevraagd, eigenlijk met spoed zou moeten worden geregeld, cq. aangeschaft moet worden.]

2. Wanneer gebruik maken van de bevoegdheid

De bevoegdheid tot het verlenen van voorschotten tijdens de aanvraag is beperkt tot situaties waarin de individuele omstandigheden in een concreet geval voorschotverlening noodzakelijk maken (zie TK 2002-2003, 28 870, nr. 3, p. 75) .
Of voorschotverlening tijdens de aanvraag aan de orde is, zal dus steeds individueel beoordeeld moeten worden. In de praktijk zal het verlenen van voorschotten op basis van artikel 52 WWB vooral aan de orde zijn bij verlaten partners.

gemeentelijk beleid:

Onderstaande richtlijn geeft aan wanneer gebruik gemaakt wordt van de bevoegdheid om voorschotten op grond van artikel 52 WWB te verstrekken.

Als de beslissing op de aanvraag en de daaruit voortvloeiende betaling van de aangevraagde uitkering binnen vier weken na aanvraag kan worden verwacht, zal er in het algemeen geen reden zijn om tot voorschotverlening over te gaan omdat belanghebbende vr de aanvraag in het algemeen aangewezen is geweest op een ander inkomen met vergelijkbaar betalingsritme achteraf.

[Wat heet vergelijkbaar? De WAO en WAJONG betalen b.v. de maand april op de 15e van april, die maand loopt dus van half maart tot half april. Dan zit je meteen dus al op 6 weken. Of wat denkt men van veldslagen rond wel of niet WW verstrekken:
Bij het UWV eindeloos wachten op een beslissing of een bezwaarprocedure gestart tegen afwijzing van de WW? Er is zomaar veel tijd verstreken. Of: Na herkeuring uit de WAO gegooid, advocaat erbij, bezwaar gemaakt, lang wachten, al het spaargeld op, geld van familie geleend en Sociale Zaken weigert botweg elk voorschot... Dat zijn praktijkgevallen die wij aan de lijn hebben gehad...
Dat zijn het soort situaties waarin men meldt: Mijn spaargeld is op, ik heb nu EUR 10.000 schuld en heb nu nog 2 euro, mijn hypotheekbank wil mijn huis verkopen en Sociale Zaken weigert elk voorschot...
Alsof UWV en SZ de regelingen niet kennen waarbij, indien er alsnog een uitkering van het UWV zou worden toegekend, het geld van SZ gewoon rechtstreeks met het UWV verrekend kan worden... Ja, dan wordt het tijd om het PEL te bellen... Waarop wij vervolgens hebben aangeraden met spoed een advocaat een brief te laten schrijven aan het Kabinet van de Commissaris van de Koningin in Friesland. Uiteindelijk is het niet zo, dat iemand zonder middelen van bestaan uiteindelijk maar de hongerdood zou moeten sterven en is de bijstand simpelweg de laatste voorziening. Verderop in deze bijlage wordt deze mogelijkheid ook nog even kort vermeld.
Rest de vraag wat te doen als ook de CdK maar niet tot een beslissing komt en de muizen dood voor de kast liggen en jij straks ook... De familie ziet je aankomen voor nog meer leningen of heeft zelf ook geen rooie cent... Mij lijkt dat je dan met een advocaat moet bekijken in hoeverre een kort geding tegen Sociale Zaken mogelijk is... Inzet: Ik heb honger en geen cent meer...]

Kan beslissing en betaling niet binnen deze periode van vier weken worden verwacht dan kan een voorschot worden verstrekt in de periode na de vierde week met betrekking tot de periode daaraan voorafgaand. Als de belanghebbende vóór de aanvraag niet de beschikking heeft gehad over enig periodiek inkomen en dus ten tijde van de aanvraag een liquiditeitstekort heeft, kan bij wijze van uitzondering al in de eerste periode van vier weken een voorschot op de toe te kennen bijstand worden verstrekt.

[Dat laatste is iets om heel goed te onthouden.]

Het voorschot wordt verstrekt in situaties waarin de individuele omstandigheden het voorschot in een concreet geval noodzakelijk maken. In het algemeen zal gelden dat het verstrekken van een voorschot is aangewezen als de behoefte aan bijstand zo urgent is dat door het niet verstrekken van het voorschot een financiële noodsituatie zou ontstaan waardoor de belanghebbende niet in de elementaire levensbehoeften kan voorzien en hij niet zelf in staat is in deze situatie verandering aan te brengen.
Kortom: er dient sprake te zijn van broodnood als gevolg van een liquiditeitstekort. Eigen mogelijkheden en middelen moeten worden benut. Tegoeden op rekeningen, voorschotten van derden moeten worden aangesproken voor zover dat redelijkerwijs kan worden verlangd.
Bij de afweging van het al dan niet verstrekken moet tevens de vraag naar de (on)zekerheid van het recht op bijstand worden betrokken. Als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat géén recht op bijstand bestaat, wordt geen voorschot verstrekt.

[En dat laatste is al snel zo, als men na ontslag bij de baas in de slag raakt met het UWV over wel of geen recht hebben op WW. UWV weigert WW, soos zegt: "De WW is een voorliggende voorziening."]

Overbruggingsvoorschotten

Bijstand wordt achteraf betaald en dient -in feite- voor de na het tijdstip van betaling opkomende bestaanskosten. Belanghebbenden die vóór de bijstandsperiode niet de beschikking hebben over een regulier maandinkomen en dus niet in staat zijn op eigen kracht de periode tot de eerste reguliere uitbetaling te overbruggen, kunnen door een verrekening van het voorschot ineens in liquiditeitsproblemen komen. In concreto kan worden gedacht aan:

(meestal) vrouwen die na scheiding zonder liquide middelen zitten

werklozen die van een wekelijkse loonbetaling overgaan naar de maandelijkse betaling van de bijstand

(ex) gedetineerden

weggelopen minderjarigen

verblijfsgerechtigde voormalige asielzoekers

Bij wijze van uitzondering wordt goedgevonden dat het niet ineens te verrekenen deel van het voorschot in termijnen ter grootte van 5% van de norm wordt verrekend. Aldus wordt een toereikende voorziening gecreëerd voor personen die in liquiditeitsproblemen komen te verkeren als gevolg van verschillende betaalritmes van inkomsten. Deze voorziening is vergelijkbaar met die van een werknemer die eerst een maand na het begin van zijn dienstbetrekking zijn eerste salaris uitbetaald krijgt. Deze is ook aangewezen op hetzij terug te betalen voorschotten op loon van de werkgever hetzij op leningen van derden.

[Ik vraag me af in hoeverre dit niet schone theorie is: Sociale Zaken die voorschotten geeft die m.b.v. een maandelijkse inhouding van 5 procent van de toegekende bijstand weer worden afgelost? We kregen maandbriefjes van SZ onder ogen waarin een voorschot in 1 keer werd verrekend zodat betrokkene nog pakweg 200 euro uitkering overhield...
En werkgevers die een voorschot geven op het eerste loon? Ze zullen er wel zijn, maar ik ben er nog nooit een tegengekomen...]

3. Hoogte en duur voorschot

Artikel 52 lid 2 WWB bepaalt dat een voorschot kan worden verleend zolang het college nog geen besluit inzake de verlening van bijstand bekend heeft gemaakt. Uit de toelichting blijkt dat hiermee is bedoeld om aan te sluiten bij de in de Awb opgenomen termijn waarbinnen een beslissing op de aanvraag dient te worden genomen (zie TK 2002-2003, 28 870, nr. 3, p. 75) .
Dit is normaal gesproken 8 weken (artikel 4:13 Awb) . Ook overigens is niet gebleken dat de wetgever een inhoudelijke wijziging ten opzichte van artikel 74 lid 2 Abw, de rechtsvoorganger van artikel 52 lid 2 WWB beoogd heeft.
Gelet hierop moet aangenomen worden dat het college formeel gezien niet bevoegd is om na afloop van de wettelijke beslistermijn nog voorschotten te verstrekken op basis van artikel 52 WWB, ook al heeft het nog geen beslissing op de aanvraag genomen.
Het verlenen van voorschotten na de beslistermijn heeft gevolgen voor de wijze waarop het college eventueel ten onrechte verstrekte voorschotten kan terugvorderen.

[Hier gebeurt iets heel vreemds: Het eerste is helder: Nog geen besluit over wel/niet bijstand gestuurd aan de aanvrager zouden voorschotten mogelijk zijn. Echter: Vervolgens wordt de mogelijkheid om voorschotten te geven beperkt tot de termijn waarop B. en W. een besluit HADDEN MOETEN NEMEN... En dan is het niet: We willen daarna geen voorschot geven, maar je MOGEN geen voorschottten meer geven...
Stel: B. en W. laten alle termijnen verlopen m.b.t. de bijstandsaanvraag en geven tot 8 weken na de aanvraag een voorschot en laten de termijn uitlopen tot 6 à 9 maanden... Dit waren gevallen die ons werden gemeld qua beslistermijn...
Na die 8 weken ben je mooi af van het geven van een voorschot...
Maar in de laatste zin komt de aap uit de mouw: Het wordt kennelijk lastiger voor B. en W. om ten onrechte verstrekte voorschotten die zijn gegeven na de wettelijke beslistermijn, terug te vorderen. Lijkt me toch niet erg lastig: Simpel A4-tje met simpele leenovereenkomst maandelijks laten tekenen. Of gewoon op tijd beslissen is ook nog een optie...]

Uit het karakter van de voorschotverlening volgt dat deze tot een zo kort mogelijke periode beperkt dient te blijven. Over het recht op bijstand bestaat immers geen zekerheid. Als het de belanghebbende verweten kan worden dat het college niet tijdig de beschikking heeft over bepaalde aanvullende gegevens die noodzakelijke zijn voor het vaststellen van het recht op bijstand, ligt het voor de hand dat hiermee bij de voorschotverlenirig rekening wordt gehouden. Zie TK 2002-2003, 28 870, nr. 3, p. 75.

[Eigenlijk wordt hier de zwarte piet naar de aanvragers geschoven: Het is jullie schuld dat wij de termijnen overschrijden... Daarover het volgende: Sommige mensen zijn geen 'papier-typen'; geen mensen die alle papiertroep zoals dagafschriften enz. keurig op orde hebben. Dat is vaak geen onwil, men kan het eenvoudigweg niet. Erger nog: Sommige mensen hebben 'papier-vrees'; we hebben die mensen zelf meegemaakt. Voor politie en ME (krakers) niet bang, maar wel voor een brief...
Of anders: De aanvrager moet nog gegevens hebben van zijn ex-werkgever waar hij met heibel is weggeraakt. Werkgever maakt niet al te veel haast daarmee... Er legio situaties waarin men van derden afhankelijk is voor ontbrekende gegevens waar de soos om vraagt.]

gemeentelijk beleid:

Indien gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid tot het verstrekken van voorschotten, geeft onderstaande richtlijn aan hoe de hoogte en duur van het voorschot worden bepaald.

Het voorschot kan worden verleend zolang de beslistermijn niet is verstreken. Deze termijn is voor de WWB 8 weken. Deze wordt opgeschort als de aanvrager wordt uitgenodigd om de gegevens aan te vullen. Voor aanvragen om bijstand als zelfstandige bedraagt de termijn 13 weken, eventueel te verlengen met 13 weken. Zolang de termijn loopt kan een voorschot worden verstrekt. Als de beslistermijn wordt opgeschort en de gegevens die nog moeten worden verstrekt essentieel zijn voor het al dan niet bestaan van de aanspraak wordt gehandeld aan de hand van de individuele situatie.

Overige situaties:

Voorschotverlening nadat de beslissing op aanvraag al definitief is. Op het moment dat de beslissing aan de cliënt is uitgereikt heeft een betaling van toegekende bijstand geen status van voorschot. Het te verstrekken bedrag mag nooit niet hoger zijn dan de toegekende bijstand.

[Vermoedelijk wordt bedoeld dat een voorschot nooit hoger mag zijn dan de voor die persoon geldende bijstandsnorm? Ik neem tenminste aan dat hier niet de optelsom wordt bedoeld van diverse voorschotten, hoewel?? We kennen ook gevallen waarin steeds maar 200 euro voorschot werd verstrekt, net alsof de optelsom daarvan niet boven 1 regulier voor die persoon geldend bijstandsbedrag mocht komen. Dat je van 200 euro/maand niet je huur ed. kunt betalen en ook nog eten kunt kopen, lijkt me simpel te begrijpen.]

Indien de cliënt pas na bekendmaking van de beslissing op zijn aanvraag om een overbruggingslening verzoekt zal hij hiertoe een nieuwe aanvraag moeten indienen. Er moet namelijk ten allen tijde een aanvraag en besluit aan een betaling ten grondslag liggen.

[Maar als de bijstand met terugwerkende kracht uiteindelijk wordt toegekend, is er even op dat moment wat extra geld om de gemaakte schulden in 1 keer te betalen. Ben je er dan nog niet qua schulden, dan zou je een overbruggingslening kunnen aanvragen? Een voorschot heeft het karakter van een lening; dat ter verduidelijking. Overigens mag over dit soort zaken ook wel eens wat voorlichting worden gegeven, want voor de meeste bijstandsaanvragers is dit een schimmige materie.]

Het verstrekken van een voorschot na schorsing van een uitkering. Zodra de schorsing is opgeheven bestaat er recht op bijstand op basis van het primaire besluit. Het woord voorschot is hier eigenlijk niet op zijn plaats omdat verstrekt wordt waar cliënt recht op heeft. Ook hier geldt dat indien er een noodzaak aanwezig is om een hoger bedrag te verstrekken hier te allen tijde aan aanvraag aan ten grondslag moet liggen.

[Het lijkt me niet dat tijdens de periode van schorsing van het recht op bijstand een voorschot kan worden gegeven, tenzij de periode van schorsing bekend is. Bijvoorbeeld: Een hele zware maatregel: Verlaging uitkering met 100 procent gedurende 3 maanden. Dan is meteen bekend wanneer de schorsing afgelopen is. Maar als de bijstand voor onbepaalde tijd is opgeschort hangende een onderzoek van bijvoorbeeld de sociale recherche, wordt het lastiger. Ik vraag me overigens af of dat mag, omdat iemand dan voor onbepaalde tijd zonder middelen van bestaan zou kunnen komen te zitten en omdat het als de sociale recherche in beeld komt, het gaat om een strafbaar feit, waardoor de status van iemand wijzigt in 'verdachte' en het strafrecht in beeld komt. Overigens kun je soms beter maar voor het strafrecht verdachte zijn dan klant van de soos... Je hebt in elk geval dan het recht om te zwijgen en niet jij, maar de tegenpartij moet bewijzen dat je iets hebt misdaan...
Als het hier gaat om een voorschot NA de schorsing, lijkt het me toe dat de soos hetzij met terugwerkende kracht de uitkering moet betalen (schorsing via bezwaar aangevochten en gewonnen: schorsing was onterecht) waarbij men weer even over extra geld beschikt om de schulden af te lossen. Was de schorsing terecht, dan lijkt het vragen om een voorschot als de bijstand weer herleeft, vaak bittere noodzaak omdat in de schorsingsperiode ongetwijfeld schulden ontstonden.]

De hoogte van het te verlenen voorschot is afhankelijk van de (on)zekerheid van de bijstand. Als geen onzekerheid bestaat over het recht op uitkering en evenmin over de hoogte daarvan, wordt de hoogte van het voorschot afgestemd op de hoogte van de definitief te verlenen uitkering.

[Het laatste lijkt logisch, het eerste problematisch: Dan kom je vermoedelijk als soos in de praktijk met voorschotjes van 200 euro... Het problematische is uiteraard dat niemand daarvan kan leven. Nogmaals: Geef in elk geval voldoende voorschot dat je ervan kunt leven en dat er geen schulden ontstaan. Daklozen kosten de gemeente ook geld... Blijft het probleem dat ook in sommige situaties de volle bijstand al structureel te laag is, maar dat is een ander verhaal.]

Het voorschot is gelijk aan de uitkering, rekening houdend met de lopende inkomsten. Bestaat onzekerheid over de hoogte van de uitkering (bijv. sanctie) dan wordt het voorschot op een zodanig bedrag gesteld dat het uitkeringsbedrag wordt benaderd met een zekere marge voor beoordelingsverschillen m.b.t. sancties.

[En zo kom je opnieuw op voorschotjes per maand van 200 euro...]

Als nog niet vaststaat dat recht op uitkering bestaat en de onzekerheid geen reden is voor weigering van het voorschot wordt een voorschot verstrekt ter hoogte van de eerste levensbehoeften. Er kan daarbij rekening worden gehouden met de vaste woonlasten voor zover deze nog in het betrekking hebbende tijdvak moeten worden voldaan en niet uit te stellen zijn. Er dient ook rekening te worden gehouden met het eventueel blijken van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.

[Uiteraard... Wat je ook doet en hoe je het ook doet, er is altijd wel een reden om iemand tekortschietend besef van verantwoordelijkheid te verwijten...
Klantje pesten: Sommigen zijn daar sterk in..]

4. Rechtsmiddel belanghebbende

Het besluit om een voorschot te verstrekken alsmede het besluit om geen voorschot te verstrekken, is een beschikking waartegen geen bezwaar en beroep open staat (artikel 8:5 Awb). Wanneer de belanghebbende het niet eens is met de beslissing van het college om geen voorschot te verstrekken of wanneer hij van mening is dat het verstrekte voorschot onvoldoende is dan kan hij echter wel de voorzitter van gedeputeerde staten verzoeken hieromtrent een uitspraak te doen (artikel 81 WWB)

[Zoals eerder opgemerkt: wat te doen als de CdK (Commissaris van de Koningin) niet al te veel haast maakt of erger nog: Een negatieve beslissing neemt? Per slot gaat het hier om de laatste reddingsboei voor de hongerdood of proletarisch winkelen... Voedselbank? Laat die nu net een stop hebben voor nieuwe klanten, want ze kunnen het niet meer aan... Dit is meen ik in Amsterdam al het geval. Zoals gezegd: Dan als een speer naar een advocaat (iets wat in zo'n situatie al veel eerder had gemoeten!) en met hem/haar bespreken of een kort geding mogelijk is. Laten we echter hopen dat Edje (Nijpels) niet de beroerdste is en dan snel beslist: Geef maar een voorschot...]

gemeentelijk beleid:

In onderstaande richtlijn staat het adres van de voorzitter van gedeputeerde staten.

Voorzitter van Gedeputeerde Staten van Friesland

afdeling BJZ
Postbus 20120
8900 HM LEEUWARDEN

[Advies van jaren her van de chef van het Kabinet van de Commissaris van de Koningin op provinciehuis: Laat een advocaat in voorkomende gevallen dan een goede brief schrijven waarin helder uiteen wordt gezet wat er aan de hand is.]

5. Verrekening of terugvordering voorschot

Het voorschot wordt verleend in de vorm van een renteloze geldlening. Dit illustreert het voorlopige karakter van het voorschot en het gegeven dat dit moet worden terugbetaald. Als het onderzoek is afgerond en de belanghebbende voor bijstand in aanmerking blijkt te komen, wordt het voorschot verrekend met de toegekende bijstand. Is het voorschot ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleend, dan kan dit van de belanghebbende worden teruggevorderd. Zie TK 2002-2003, 28 870, nr. 3, p. 75.

Verrekening

Indien bijstand wordt verleend over een periode waarover met toepassing van artikel 52 WWB een voorschot is verleend, kan deze bijstand worden verrekend met dit voorschot (artikel 52 lid 3 WWB). Daartoe is geen machtiging van de belanghebbende vereist. Met andere woorden: voorschotten op grond van artikel 52 WWB worden in beginsel verrekend met de eerste reguliere betaling. Het gevolg hiervan kan zijn dat de belanghebbende onvoldoende middelen heeft om in de bestaanskosten te voorzien tot de eerstvolgende betaling van bijstand.

[Daar zagen we onlangs een voorbeeld van, zoals eerder vermeld in het commentaar.]

gemeentelijk beleid

Onderstaande richtlijn geeft aan hoe de voorschotten op grond van artikel 52 WWB worden verrekend.

Als na afronding van het onderzoek besloten wordt tot verlening van bijstand over de periode waarover ook een voorschot is verstrekt, wordt het voorschot ineens en zonder machtiging van de belanghebbende verrekend.

Als de definitief toe te kennen bijstand betrekking heeft op een periode, die niet gelijk is aan de periode van bevoorschotting maar aansluit op die periode wordt het voorschot in termijnen teruggevorderd/verrekend op grond van de in het verzoek om een voorschot opgesloten machtiging tot verrekening. In het algemeen wordt de termijn van terugbetaling gesteld op 5% van de norm (inclusief vt)

[Een in een verzoek om een voorschot opgesloten machtiging... Geen wonder dat mensen er niets van snappen... Bedoeld zal zijn dat een voorschotaanvraag via een formulier gaat en dat je via dat aanvraagformulier tevens voor akkoord tekent dat de soos later dat geld mag verrekenen met je bijstandsuitkering.]

Als verrekening op grond van de wet of bij overeenkomst niet mogelijk is, wordt de bijstand bij wijze van voorschot in rechte teruggevorderd.
Bij overbruggingsvoorschotten moet nog worden aangetekend dat belanghebbenden die vóór de bijstandsperiode niet de beschikking hebben over een regulier maandinkomen en dus niet in staat zijn op eigen kracht de periode tot de eerste reguliere uitbetaling te overbruggen, door een verrekening van het voorschot ineens in liquiditeitsproblemen kunnen komen.
Bij wijze van uitzondering wordt daarom goedgevonden dat het niet ineens te verrekenen deel van het voorschot in termijnen ter grootte van 5% van de norm wordt verrekend.

Terugvordering

Wordt de aanvraag om bijstand afgewezen, dan kan het college het verleende voorschot terugvorderen. De terugvordering van het ten onrechte verstrekte voorschot geschiedt op basis van artikel 58 lid 1 onderdeel d WWB. Indien er wel recht op bijstand bestaat gedurende de periode dat er een voorschot is verstrekt, maar dit voorschot hoger is dan het recht op bijstand kan het verschil worden teruggevorderd met toepassing van artikel 58 lid 1 onderdeel e WWB, mits aan de overige vereisten daarvoor is voldaan.

[Maar als er een andere uitkering met terugwerkende kracht alsnog nadien is gegeven, b.v. via het UWV, dan kan m.i. ook met hen rechtstreeks verrekend worden. Lijkt me wel zo makkelijk, ook voor de betrokkene. Van de betaling met terugwerkende kracht door het UWV gaan dan de soos-voorschotten meteen af richting gemeente Leeuwarden.]

Onbevoegd verleende voorschotten

Onbevoegd verleende voorschotten kunnen niet worden teruggevorderd op grond van artikel 58 lid 1 onderdeel d WWB. Terugvordering met toepassing van artikel 58 lid 1 onderdeel e WWB kan in vorkomende gevallen mogelijk wel. Het feit dat een voorschot onbevoegd is verleend staat overigens niet in de weg aan de mogelijkheid om te verrekenen met de toegekende bijstand op grond van artikel 52 lid 3 WWB.

6. Fiscale aspecten

Een voorschot op grond van artikel 52 WWB is een renteloze geldlening en derhalve onbelast.


Einde antwoordbrief plus bijlage Sociale Zaken. Commentaar tussen [].